;

De bank, in het hoekje met dekentje was mijn grootste vriend

Even voorstellen. Ik ben Nancy, 51 jaar, net getrouwd en bezig met een droom in Frankrijk. Ik heb de leukste job in de zorg: kwaliteitsverpleegkundige in de kleine, gezellige locatie De Rustenburcht in Ursem. Een uitdagende baan die ik met veel plezier en passie inmiddels zo’n vier jaar uitvoer. Ik ben erg betrokken, zie De Rustenburcht als MIJN locatie. Met lieve collega’s, bewoners en andere mensen die op de een of andere manier betrokken zijn bij deze locatie. Maar dit moet ik nu allemaal missen want ja… ik ben ziek geworden. Besmet geraakt met het Coronavirus… shit!

 Mijn verhaal, mijn ervaring met COVID-19.

De bank, in het hoekje met dekentje was mijn grootste vriend

Ik kwam op donderdagavond thuis na opnieuw een heftige, lange dag op het werk. Ik zat er even helemaal doorheen. Ik werkte al twee weken met een grieperig gevoel. Een vol hoofd, spierpijn, hoesten, niezen, snotterig, maar géén koorts. Ik wilde me niet ziekmelden, want er is nogal wat gaande in de wereld. De strijd tegen de onzichtbare vijand Corona.  En als kwaliteitsverpleegkundigen moeten we er samen met andere zorgverleners voor zorgen dat het virus buiten het huis blijft en alle hygiënepreventieregels worden opgevolgd. Ik ben bezorgd en verdiep me in alles! Wat is het, wat kan het virus doen en wat zijn de gevolgen. Samen met gebiedsmanager Mariëlle maken we plannen en proberen we bewoners, familie en collega’s gerust te stellen.  

In de twee weken dat ik niet fit was werd ook een bewoner ziek, met hoge koorts. De bewoner moest naar het ziekenhuis en De Rustenburcht ging ‘op slot’. Er moest veel in gang worden gezet en geen haar op mijn hoofd dat ik me ging ziekmelden. Ik was hard nodig, had geen koorts en mocht dus ook doorwerken. Het was een fase waarin steeds meer duidelijkheid kwam over symptomen en besmetting. Die regels zijn later ook aangescherpt: ook bij hoesten, niezen en benauwdheid blijf je thuis.  

 

Mijn dagboek

  • Donderdag 26 maart: ik voelde mij steeds benauwder worden, kwam hijgend boven en kon niet meer op adem komen. Ik moest ’s nachts op het randje van mijn bed zitten om lucht te krijgen, maar had geen koorts. Nooit gehad ook. In het weekend dat volgde werd de benauwdheid steeds erger. Bij elke inspanning moest ik bijkomen. Ik was moe en voelde me steeds beroerder worden.
  • Maandag 30 maart: ’s morgens op aandringen van mijn man Peter de huisarts gebeld. Omdat ik geen koorts had, gaf de assistente aan dat ik opnieuw contact op moest nemen als het erger zou worden. ‘Prima’, zei ik, want je wilt niet zeuren en ik dacht ‘zie je, gewoon een griepje’. Maar ik heb me uiteindelijk toch ziekgemeld bij Marielle. ‘s Middags belde de huisarts terug omdat hij het na overleg met zijn assistente niet helemaal vertrouwde. Hij hoorde hoe kortademigheid ik was en zei dat het niet normaal klonk. Ik zei dat het te doen was zolang ik maar niets deed en niet praatte. Hij vond het ‘oké en zei dat hij de volgende dag weer zou bellen.
  • Dinsdag 31 maart: Ik voelde me niet beter, had dezelfde symptomen, geen koorts, wel benauwd en toch ook hoesten. Ik lag lamlendig op de bank en hoopte op betere tijden. De huisarts belde weer en zei dat als het niet zou gaan, ik naar het coronaspreekuur moest komen om naar mijn longen te laten luisteren. Alleen al de gedacht om er naartoe te gaan maakte me nog benauwder: aankleden, in de auto klimmen et cetera. Dat ging al bijna niet meer. Tijdens de persconferentie ’s avonds werd verteld dat nu ook andere zorgverleners in de vitale sector getest konden worden. Yeah, maar helaas wel pas vanaf maandag 6 April.
  • Woensdagochtend 1 april: Gebeld door de huisarts. Ik mocht getest worden. Vooral ook omdat mijn man een eigen bedrijf heeft en duidelijk moest worden of hij de zaak dicht moest doen en in quarantaine moest. Peter kwam me halen en heeft me naar het coronaspreekuur gebracht. Ik kan je zeggen dat die test geen pretje was! Ik moest de test overigens zelf afgeven in het ziekenhuis. Ik had wel een mondkapje op, maar toch. En dat terwijl je een dag later het ziekenhuis niet eens meer in mocht. Nu was het wachten op de uitslag. Ik voelde me steeds ellendiger, deed niets anders dan slapen en was zo moe.
  • Vrijdag 3 april: de uitslag: positief……….shit! Ik heb COVID–19. Ergens wist ik het wel, maar je hoopt toch van niet omdat je weet dat de consequenties groot zijn. En dan komt het binnen: de zaak moet dicht en ik moet het werk inlichten. Ik heb even flink gehuild. Daardoor voelde ik me nog ellendiger en had ook last van een schuldgevoel. Je haalt je van alles in je hoofd. Waar heb ik het vandaan, hoe en wanneer heb ik het opgelopen, heb ik iemand besmet? Ik laat iedereen op het werk in de steek. Vreselijk!  Het zijn allemaal dingen waar je niks mee kan. Je maakt jezelf gek want hij (dit virus) is onzichtbaar en je kan er echt niets aan doen. Het overkomt je.
  • De dagen na de uitslag: Mijn huisarts monitorde mij dagelijks op afstand. Omdat ik niet naar het ziekenhuis wilde en het gevoel had het thuis wel te redden, ben ik uiteindelijk ook niet naar het ziekenhuis gestuurd (eigenwijs of slim… zeg het maar). En ja… ik heb het thuis gered. Door me rustig te houden, paracetamol te nemen en met veel  ondersteuning, hulp en liefde van Peter die nu door mij noodgedwongen ook volledig thuis moest blijven. Maar zoals hij altijd zegt: ‘rust red je’ had hij alles in een paar uur geregeld op zijn werk. Hij gaf mij de rust en zorg die ik toen en nu nog steeds nodig heb. Ik hoefde even niks en dat kwam goed uit, want ik kon het ook niet. Uitgeteld door Corona. Alles was te zwaar om te doen. Het voelt als een marathon lopen (nog nooit gedaan hoor): douchen, rusten, aankleden, rusten, trap op, rusten, trap af, rusten, eten, rusten. En ja, dat eten doe je puur om je energie aan te vullen. Het diëten komt later wel weer. De bank, in het hoekje met dekentje was mijn grootste vriend. Blij dat ik beneden lag, want dan was ik niet alleen. Met Peter in de buurt en de hond die naast me op de bank lag en me overal volgde. Ik wilde niet alleen zijn, maar wel met RUST gelaten worden. Niet teveel vragen zodat ik ook niet hoefde te antwoorden. Want dat kostte teveel energie.
  • Zondag 10 mei: Moederdag. Ik heb het twee weken na de uitslag lichamelijk en emotioneel zwaar gehad. Ik ging langzaam vooruit, maar vandaag op Moederdag voel ik die vooruitgang. Dat is zo fijn. Ik kan telkens iets meer. Ik verspreid de activiteiten over de dag zodat mijn energie goed verdeeld wordt. Dat is lastig en ik kom mezelf daarin soms flink tegen. Ook komt er veel spanning uit. Misschien was het allemaal ook wel wat veel de laatste maanden. Een toenemende werkdruk, trouwen, plannen om in het buitenland wat te gaan beginnen, een huis kopen in Frankrijk. Ja, mijn emoties liggen hoog. Vandaag voor de eerste keer naar buiten voor een wandeling van wel bijna 10 minuten. Aan de arm van Peter. Een beetje onwennig. Je voelt je raar en een beetje melaats. Gek gezegd misschien, maar je denkt echt dat mensen aan je zien dat je het coronavirus hebt gehad. Maf he. En ik liep ook nog als een oudje en druk bezig om mijn ademhaling goed te reguleren. Dat zag er vast ook wel heel raar uit. Maar langzaam bouw ik verder uit, steeds ietsje verder.

 

In het nu

Ik probeer zo’n 6000 stappen te wandelen. Ik mediteer en probeer met de gordijnen dicht met behulp van YouTube aan Yoga te doen. Soms heb ik een mental breakdown en moet ik even flink huilen. Dat komt ook door de nieuwsberichten. Alle ellende die je ziet, maar ook de mooie dingen die ontstaan. Op een gegeven moment kon ik geen coronanieuws of acties meer zien. Hoe lief of ontroerend ook, maar ik voel alleen maar verdriet. Het gebeuren heeft veel impact op mij,  ons en de familie. Alles staat nog steeds even op zijn kop. Ik heb bewust niets op social media gezet. Die energie had ik niet. En hoe lief het ook bedoeld was en is, ik had de kracht niet om ze te beantwoorden. Mijn buren zagen dat mijn auto bleef staan en zagen Peter rondom het huis de hond uitlaten. Op hun vraag en bezorgdheid hebben wij ‘het’ ze verteld. Men schrikt ervan want dan komt het toch wel dichtbij.

De nieuwsberichten van Wilgaerden die soms ook in de kranten te lezen waren raakten mij hard. Mijn hart ging uit naar al mijn collega’s en naar de locaties waar het virus hard heeft toegeslagen. Vreselijk. Ik was ook nieuwsgierig naar mijn locatie en hoe het daar met bewoners en collega’s gaat.

Marielle hield mij zeer behouden op de hoogte, ze wilde mij niet teveel belasten. En dat was ook goed, want ik kon het ook echt niet aan.

Ik begin mijn werk te missen en dat is een goed teken. Na zo’n vijf a zes weken weten de meeste mensen in mijn omgeving dat ik het virus heb gehad. Ik krijg verschillende reacties. Van hoe het nu voelt tot het zal wel meegevallen zijn omdat je niet naar het ziekenhuis hoefde en zelfs of het niet tussen mijn oren zat. Ontroerend dat er ook mensen zijn die zeiden: ‘had het maar eerder verteld, dan had ik je kunnen helpen’. Ik heb zoveel liefde en ondersteuning ontvangen in de vorm van beterschapskaartjes, bloemen en berichtjes (die ik niet allemaal beantwoord heb).

Iedereen bedankt hiervoor, het geeft kracht en het maakt het allemaal toch iets draagbaarder.

Ja, ik heb het virus gehad en ben nu ervaringsdeskundige. Ik heb nog last van een nasleep, geen energie en conditie, maar ik ben er nog. Dit virus is en voelt zo anders dan een ‘gewone griep’. Je longen doen  pijn bij iedere teug die je probeert te nemen. Diep ademhalen lukt niet,  je kan gewoonweg geen lucht krijgen én dat is wat je echt nodig hebt!

 

Samen zorgen

Nu de maatregelen stukje bij beetje worden versoepeld, hoop ik dat iedereen het kan blijven opbrengen om te blijven kijken naar wat wel kan en wat (nog) niet. Het is vervelend als een vakantie niet doorgaat, je niet met vrienden naar de kroeg kan, je kriegel wordt van het elkaar op de lip zitten en even winkelen wel heel verleidelijk is. Lieve mensen: blijf geduldig en verstandig. Zorg voor jezelf en elkaar en houd afstand. Samen verslaan we de onzichtbare vijand Corona.

 

Nancy (kwaliteitsverpleegkundige van locatie De Rustenburcht van Wilgaerden)