;

Nachtdienst in Coronatijd

Mijn werk in de nachtdienst bestaat op het moment eigenlijk alleen maar uit luisteren en troosten. In het begin van de uitbraak van het coronavirus was iedereen nog een beetje in shock. Mensen dachten dat het met een sisser zou aflopen en dat het ook niet zo lang zou duren. Maar dan worden de maatregelen verlengd en verlengd. Ik merk dat mensen aan het eind van hun taks zitten.

Nachtdienst in Coronatijd

Wakker en verdrietig

Tijdens de nachtelijke, stille uurtjes zie ik mensen meer dan voorheen wakker liggen. Er is verdriet. De eenzaamheid neemt toe en het niet kunnen samenzijn met anderen breekt ze steeds meer op. Er is behoefte aan een luisterend oor, een arm om hun schouder en erkenning. Gelukkig kan ik dat bieden, zeker nu we in rustiger vaarwater zijn beland.

 

Stabiliteit en vertrouwen

Het is fijn om te merken dat mensen je herkennen. Ik werk al een tijdje in de nachtzorg, meestal vijf nachten achter elkaar. Dat geeft bewoners stabiliteit en vertrouwen. Ik word er dan ook zo blij van als mensen lachen als ze wakker worden en ook mensen met dementie me herkennen: ‘Ah, dat is de nachtzuster weer.’ Het schept een basis voor vertrouwen en verhalen.

 

Charmes in de strijd

Het verdriet en de verhalen van mensen raken mij natuurlijk ook. Van de week was er een mijnheer van 100 jaar die nog altijd zelf zijn boodschappen deed. En toen corona kwam voelde hij zich klemzitten. Maar daar heeft hij iets op gevonden. Hij gooit zijn charmes succesvol in de strijd bij de nachtzusters: ‘ik zou zo graag nog eens krentenbrood eten, maar ja… ik mag niet naar de winkel he’. En dan neem ik dat natuurlijk bij het boodschappen doen voor hem mee. En omdat hij zijn vragen over twee nachtzusters verdeeld, komt hij toch aan zijn boodschappen. Voor iedereen die verdrietig is, probeer ik wel iets extra’s te doen. Een kaartje, een klein dingetje, een extra babbeltje. Gewoon kijken naar wat iemand nodig heeft. We zullen het toch samen moeten doen.  

 

Onbetaalbaar!

Mijnheer gaat altijd heel vroeg naar bed en is dan tussen 4 en 5 uur weer op. Toen ik op een nacht een verpleegkundige in opleiding aan het inwerken was, gingen we naar hem toe. Op de vraag hoe het met hem ging antwoordde hij: ‘ja hoor, het gaat goed’. Maar ik zag aan zijn gezicht dat het niet zo was. Toen ik een beetje doorvroeg begon hij te huilen. Ik had hem nog nooit zien huilen dus ik vroeg hem waar zijn verdriet vandaan kwam. Natuurlijk weet je dat zelf wel, maar je wil het uit zijn mond horen. Het sociaal isolement was hem duidelijk even te veel. Samen met mijn collega hebben we hem de volgende dag om 5 uur een verrassingsontbijtje bezorgd. We hadden alles uit de kast getrokken: krentenbroodje, wat dingetjes uit de keuken en voor de aankleding stiekempjes een bloemetje uit een vaas geplukt. Hij was zo ontroerd. Onbetaalbaar!

 

Gemis van lichamelijk contact

De mensen zitten aan de tv geplakt als Rutte zijn persconferentie houdt. Ze hopen zo dat ze weer mensen mogen ontvangen. Dat doet me overigens ook denken aan een mevrouw op de begane grond. Omdat ze een tuintje heeft, kunnen haar kinderen en kleinkinderen achter glas in de tuin op visite komen. Best bevoorrecht zou je denken. Maar mevrouw voelt zich een beetje schuldig. ‘Ik ben binnen, zij buiten in de volle wind en versta niks omdat ik ‘stokdoof’ ben. Het blijft naar om te zien hoe het lichamelijk contact wordt gemist.

 

Een ondergeschoven kindje

Er is al veel gezegd en geschreven over het coronavirus en ouderenzorg. Of moet ik zeggen: ouderenzorg als ondergeschoven kindje? Ook door de overheid? Petje af voor al mijn collega’s die zoveel te verstouwen krijgen en zo hun best doen om met het beschikbare materiaal goede bescherming te bieden. Het wordt een beetje onderschat, hoop dat daar meer aandacht voor komt.

 

Hoe zit dat?

Waar ik het een beetje lastig mee heb, is dat mensen geen familie mogen zien terwijl wij wel in- en uitlopen. Wij moeten ook naar de supermarkt en werken zonder bescherming. Hoe zit dat dan? Dat zien de ouderen natuurlijk ook en daar krijg je vragen over. Kijk, ook mijn sociale leven staat even stil. Dat doe ik uit respect en verantwoordelijkheidsgevoel naar de ouderen. Maar doet iedereen dat ook? Dat vraag ik mij niet alleen af, maar daar stoeien ook collega’s en familieleden mee.

 

Participatie

Het coronavirus brengt ook saamhorigheid. Iets voor een ander willen doen. Ik kijk naar de iPad’s die we van onze gulle gemeenten hebben gekregen om met bewoners te kunnen beeldbellen. Naar de betrokkenheid van familie en omwonenden en ik hoop dat we die saamhorigheid kunnen vasthouden. Naast mijn baan als ‘nachtzuster’, ben ik in opleiding voor maatschappelijk werker. Ik geloof in een participatiesamenleving, met grote betrokkenheid van familie en bijvoorbeeld gemeenten. Laten we hopen dat we daarin mooie stappen kunnen zetten als de regels versoepeld kunnen worden en de vlag in top kan.

En al is het emotioneel af en toe extra zwaar, ik koester de 5 minuutjes ’s morgens als mijn man en ik elkaar passeren. Kostbare tijd om mijn ei kwijt te kunnen en na een knuffel mijn bed in duik. Gelukkig: ik ben een goede slaper.

 

Claudia Leadbitter (verzorgende IG nachtdienst en in opleiding voor maatschappelijker werker)