;

Thuiswerken, mijn ‘nieuwe normaal’

Daar zit ik dan, maandag 07.30 uur, veilig thuis achter mijn laptop. Thuiswerken is sinds een maand mijn ‘nieuwe normaal’. Het voelt alleen nog niet zo. Mijn man werkt ook veel thuis en we wisselen elkaar af wie dan wel beneden (dicht bij de koffie) of boven (op die lekkere bureaustoel) werkt. Vandaag start ik boven en met enige manipulatie krijg ik mijn man zover dat ik daar, in ruil voor het koken vanavond, de hele dag kan werken. Dat loopje voor de koffie vind ik juist wel lekker met dat lange zitten. We moeten beiden even lachen: we lijken bijna het punt bereikt te hebben dat we een ‘wie-werkt-wanneer-waar-in-ruil-voor-wat schema’ maken. Hopelijk redden we het nog even zonder.

Thuiswerken, mijn ‘nieuwe normaal’

Alsof het oneerlijk verdeeld is

Ik druk op de aan-knop van mijn laptop terwijl ik mij realiseer dat veel van mijn collega’s op dit moment weer fysiek naar de woongroepen vertrekken. Ik merk dat ik me een beetje schaam. In mijn functie is het voor nu afgeraden om cliënten te bezoeken. Zeker heel logisch, en gelukkig zijn er middelen als (video)bellen, maar ik merk dat het mij dwars zit dat mijn collega’s in de directe zorg die optie niet hebben. Alsof het oneerlijk verdeeld is.

Ik probeer mijn gedachten te verzetten en open mijn mailbox. Bijna 80% van mijn mails is wel gelinkt aan corona en ik zie in de automatische reacties van enkele collega’s van ZWOpleidingen staan dat ze ‘nu in de zorg werken en daardoor later op mailtjes zullen reageren’. Ze geven alles….weer van die toppers….denk ik, terwijl ik veilig en wel een slokje uit mijn vrolijke theebeker drink.

 

Focussen op wat wel kan

Weer probeer ik mijn gedachten te verzetten. Ik probeer me te focussen op wat ik wel kan in plaats van wat ik niet kan. En ik probeer mijzelf niet te vergelijken met anderen; ‘het is nu even zoals het is’ lijkt mijn nieuwe werkmotto en alles wat ik kan doen of waar ik kan helpen, grijp ik met beide handen aan.

Ik werk mijn mails door, maak diverse evaluatie-verslagen waarin ik al tijden achterliep en het werk vlot goed. Voor ik het weet, voel ik aan mijn houding dat ik even moet lopen. De ochtend is alweer bijna om en ik wil koffie halen. Tegelijkertijd vallen me op het medewerkersplein diverse artikeltjes op. Er worden veiligheidsbrillen gezocht en een cliënt is naarstig op zoek naar technische spulletjes voor zijn kunstwerken. Ik besluit even naar zolder te lopen en te kijken wat ik heb. Binnen vijf minuten loop ik trots naar beneden met achttien oude brillen, tien oude telefoonhoesjes en twee geluidsspeakertjes die we toch niet meer gebruiken. Kassa!

 

Het hoeft niets groots te zijn

Ik besluit om alles in mijn pauze meteen naar Wognum te brengen. Tevreden en wel plof ik weer neer achter mijn computer; de koffie vergeten te pakken. Mijn gedachten dwalen weer af en ik denk aan alle ‘helden in de zorg’ en de acties die her en der voor hen opgezet worden. Zoiets wil ik ook doen. Maar hoe… Ik bedenk me dat het niets groots hoef te zijn en ik besluit om in de postvakjes van enkele collega’s een lief briefje met een kleine attentie te doen. Gewoon omdat de druk bij iedereen oploopt. Ik heb nu al zin om in komend weekend om de briefjes te maken!

 

Ik leer veel van deze periode

Snel geef ik mijzelf een psychologisch klap in mijn gezicht. Even focussen. Ik moet nog een hoop verslagen verwerken en ik forceer mijzelf om te starten. Eenmaal mijn documenten geopend merk ik dat mijn concentratie weer toeneemt en schrik ik na een uur van mijn outlook-alarm. Het is 14 uur en ik moet cliënt A. bellen. Bah, bellen.

A. wordt de eerste cliënt die ik ga bellen in plaats van face-to-face te zien. Ik merk dat ik er tegenop zie en me niets kan voorstellen bij zo’n gesprek. De LVB-doelgroep is sterk visueel ingesteld en je ziel en zaligheid delen via een telefoongesprek doet natuurlijk niemand, hoor ik mijn hoofd zeggen. Maar goed, mijn motto ‘het is nu even zoals het is’ herinnert me eraan het een kans te geven en zuchtend bel ik A. op.

Na een inhoudelijk sterk gesprek van maar liefst 30 minuten (face-to-face is 10 minuten de max voor A.) ben ik zelfs degene geweest die het gesprek afgekapt heeft. A. heeft als nooit te voren zijn gevoelens en twijfels geuit en lijkt zich veilig te voelen bij het ontbeken van oogcontact. Ik merk dat ik veel leer van deze periode, nieuwe kansen zie en nieuwe systemen opzet die zelfs beter werken dan de oude uit onze 'normale wereld zonder corona'.

 

Een collega: hoe toevallig

Dan sluit ik mijn computer af. Het is mooi geweest voor vandaag, de werkdag zit erop. Nu echt even ontspannen hoor. Ik check mijn marktplaats-account en zie dat er een koper is voor ons logeerbed. Dat zou mooi zijn! Ik vraag wanneer de koper kan komen waarop de koper benoemd bij Leekerweide te werken en eerst even moet videobellen met zijn of haar cliënt voor het bed opgehaald kan worden. Hoe toevallig!

 

‘Het is nu even zoals het is’

Inmiddels is het al 17 uur, heb ik nog steeds geen koffie gehad en zit ik met die deal in mijn maag dat ik nog moet koken. ‘Ping’, weer een appje: ‘Schat, de tegelzetter komt over twee weken voor onze badkamer’. Ik zie het al voor me; geboor, lawaai, troep, en dat terwijl ik thuiswerk. Dat maakt boven werken op die lekkere bureaustoel (gelegen naast onze badkamer) opeens een stuk minder aantrekkelijk. Ongemerkt gaan mijn gedachten alweer de vrije loop. Hoeveel dagen zal ik moeten koken om beneden in alle rust te mogen werken? ‘Ping’, weer een appje: ‘Schat, waar zijn die geluidsspeakertjes van zolder? Ik heb ze nodig voor mijn videovergadering morgen’.

Help. Hoe leg ik uit dat daar momenteel een prachtig kunstwerk van gemaakt wordt door een van mijn cliënten? Ik schat in dat ik deze week flink wat culinaire hoogstadjes zal moeten laten zien. Nu eerst maar hopen dat mijn man akkoord gaat met ‘het is nu even zoals het is’.

 

Claudia Kaagman (trainer-adviseur bij ZWOpleidingen)